Autonoom kunstwerk

INLEIDING autonoom kunstwerk

Je krijgt de opdracht om aan de slag te gaan met autonoom kunst.

Iedereen kan wel een beeld schetsen bij het verschil tussen toegepaste (functionele) kunst en autonome kunst. In eerste instantie is het verschil dat toegepaste kunst gebruiksvoorwerpen zijn de autonome kunstenaars de vrijheid heeft om te maken wat ze willen. De designers vallen onder de toegepaste kunst en de kunstenaars onder autonome kunst. 

Bij autonome kunst mag de kunstenaar zingevende en betekenisvolle kunst maken, de ideeën van de wereld beïnvloeden.

Voorheen was een kunstwerk meer een mooie decoratie voor aan de muur. Terwijl in de autonome kunst een kunstenaar nu zijn werk ziet als een persoonlijke uiting van zijn wereld. In autonome kunst draait het om emoties en niet zo zeer om de vormgeving.

De ware autonoom beeldend kunstenaar is maatschappijkritisch. Het is zelfs de functie die hij heeft binnen de maatschappij: kritiek leveren op verbeeldende wijze. Waar politici beperkt worden door de grenzen van de democratie en opiniemakers het moeten hebben van sentiment, kan de autonoom beeldend kunstenaar vanuit zijn unieke positie, door middel van de verbeelding, zaken aan de kaak stellen.

De opdracht:

Je gaat aan de slag met een eigen ontwerp. Hierbij kun je kiezen uit één van de onderstaande maatschappelijke thema`s. Tijdens de ontwerpfase teken je al je ideeën, voorstudies en schetsen in je dummy. Hierin staat dan uiteindelijk het ontwikkelproces dat je doorlopen hebt en laat zien hoe je tot je eindwerkstuk bent gekomen. Achteraf maak je een reflectie bij het onderzoek en het eindresultaat.

Polly moest zicht vast zo voelen door het commentaar via sociale media.

De thema`s zijn:

  • plastic soep in de oceaan
  • milieu
  • discriminatie
  • klimaatverandering
  • luchtvervuiling
  • vrouwenrechten
  • rijk- arm
  • technolicering of digitalisering
  • pesten op social media
  • onderdrukking
  • criminaliteit

Nadat je je keuze hebt gemaakt ga je op zoek naar beeldmateriaal over het onderwerp dat je hebt gekozen ( 15 afb.) . Plak of bewaar de gevonden afbeeldingen in je dummy of op google docs. Noteer bij de afbeeldingen wat jou aanspreekt bij dit onderwerp en wat er in jouw ontwerp terug moet komen.

Begin met het maken van schetsen in je dummy. Maak minstens 3 verschillende ontwerpen over jouw thema.

Dus 3 verschillende ontwerpen met diverse vormen, verschillende ontwerpen met betrekking tot de betekenis en ontwerpen waarin divers materiaal wordt gebruikt. De beeldaspecten spelen een belangrijke rol. Je kunt in je theorieboekje de uitleg van de verschillende begrippen terugvinden bij onderstaande beeldaspecten. De begrippen vindt je ook terug in de mindmaps uit klas twee: http://www.rijnkunst.nl/category/beeldaspecten-onderbouw-cvl/

Kleur-/Vorm-/Licht-/Ruimte-/Structuur/Compositie/Materiaal-/Techniek-onderzoek:

Bekijk je gemaakte schetsen kritisch en probeer een aantal van je ideeën te versterken. Enkele beeldversterkende bewerkingen zijn: Vergroten, verkleinen, vervormen, overdrijven, vereenvoudigen, abstraheren, de kern zoeken, contrasteren (formaat, vorm, richting, textuur, kleur), vervreemden (vorm, betekenis, materiaal enz.), omdraaien, herhalen, isoleren (apart zetten), een kenmerkend detail kiezen.

13 ілюстрацій, які показують, що з нашим суспільством не все добре | Українська правда _Життя

Maak in je dummy steeds allerlei schetsen waarin je jouw onderzoek naar de verschillende beeldende mogelijkheden laat zien en desnoods ook van commentaar voorziet. Voer verschillende materiaalproeven en experimenten uit (maak indien nodig foto s) en bewaar deze in je dummy. Ten aanzien van al de aspecten: kleur, vorm, licht, ruimte, structuur, compositie, materiaal en techniek geldt dat je goede keuzes pas kunt maken nadat je verschillende mogelijkheden hebt onderzocht. Probeer dus zoveel mogelijk uit voordat je een beslissing neemt. Probeer ook eerst alles even uit (in het klein) zodat je niet voor verrassingen komt te staan wanneer je uiteindelijke ontwerp aan het uitvoeren bent.

Uitwerkingen van het gekozen ontwerp.

Na een uitgebreide voorstudie maak je (in overleg met je vakdocent) een weloverwogen keuze voor één ontwerp, waarmee je jouw uitwerking van het thema kunt verbeelden. Maak een juiste keuze voor materiaal en welke werkwijze het beste bij jouw idee past.

Het werkstuk gaat dus over een belangrijk maatschappelijk thema. Je maakt een tweedimensionale ontwerptekening op een a3 tekenpapier.

Let op: het werkstuk moet in zijn geheel op school gemaakt worden en mag niet mee naar huis genomen worden!

Eindproduct en doelstellingen

Hieronder zijn de verwachtingen die gesteld worden aan het eindresultaat op een rij gezet.

Eindproduct

  • Een autonoom kunstwerk (twee- dimensionaal) a3 formaat, telt 2 x mee
  • In schetsboek de keuze van je object en onderzoek hiernaar, schetsen, ontwerpen, experimenten en reflectie telt 1 x mee

Op pinterest heb ik voorbeelden verzameld die je kunt zien op dit bord:

https://nl.pinterest.com/docentcvl/3e-en-4e-klas-bv-thv/

cyberpesten
milieu

Doelstelling

Leerdoel

Aan het eind van leerjaar drie ben je in staat om:

  • zelfstandig door onderzoek een thema te verbeelden,
  • een functioneel kunstwerk te maken – gegevens / beeldmateriaal te verzamelen over het voorwerp;
  • een serie schetsen en ontwerpen te maken die aansluiten bij je thema en de opdracht, waarin onderzoek wordt verricht naar de beeldende mogelijkheden hierbij;
  • een dummy bij te houden met daarin de gedachten, ideeën en schetsen waardoor het proces inzichtelijk wordt;
  • materiaalproeven en experimenten uit te voeren die een versterkend effect hebben op de beeldende werking;
  • keuzes te maken die het beeld ten goede komen en beeldende oplossingen te onderzoeken en toe te passen;
  • een toegepast en autonoom kunstwerk te maken, twee- dimensionaal;
  • door middel van reflectie op het werkproces een gedegen analyse te maken naar aanleiding van het eindresultaat.

Bij de beoordeling van je dummy wordt gelet op:

  • onderzoek naar de keuze van je thema/onderwerp;
  • onderzoek naar vormgevers en de verbinding met het eigen werk;
  • het verzamelde beeldmateriaal;
  • schetsen en ideeën en het commentaar daarbij; – kleur/vorm/licht/ruimte/materiaal/techniekonderzoek en experimenten;
  • uitwerkingen van de gekozen ontwerpen;
  • overzicht van het proces en de gemaakte keuzes.

Bij de beoordeling van het beeldend werkstuk wordt gelet op:

Inhoud, vormgeving, materiaal, techniek, functie en de keuzes daarvoor. Originaliteit, kracht van de beeldtaal.

van een leerling uit 3TL

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.