Begrippen beeldaspect perspectief/ruimte klas 2

Maak van de begrippen hieronder een overzichtelijke mindmap in je dummy. Zet in het midden op tekenpapier: Beeldaspect perspectief/ruimte

Schrijf de begrippen met de klok mee over en plak of teken achter of onder elk begrip een plaatje of tekening. Zoek dus plaatjes die bij het begrip horen en sla de plaatjes op in een document. Kies ervoor om de plaatjes uit te printen en/of na te tekenen. Je kunt ook kijken in tijdschriften en plaatjes eruit knippen.

Probeer netjes te schrijven.

Beeldaspect perspectief/ruimte: 11 begrippen

Groot-Klein= De dingen op de voorgrond zijn groot, verder weg kleiner.

grootklein

Afsnijding= Het kader overlapt de vormen, de beschouwer maakt de vormen in gedachte af.

afsnijding

Kader= De begrenzing van een beeldvlak. (bijv. een rechthoek waarbinnen getekend is.

kader

Close-up= Een beeld waarbij het onderwerp van zeer dichtbij wordt getoond.

SONY DSC

Donker-licht= De voorgrond is donkerder, naar achter wordt het lichter.

lichtdonker

Lijnperspectief= Ruimte suggestie volgens een wiskundige methode.

lijnperspectief

Horizon= In werkelijkheid : de schijnbare grens tussen hemel en aarde (water), in een tekening : een horizontale lijn op ooghoogte.

horizon1

Standpunt (1) = Gezichtspunt: de plaats vanwaar iets is bekeken en in beeld gebracht.

Kikvorsperspectief= Laag standpunt, de dingen lijken erg groot, de horizon ligt laag in de tekening.

Vogelvluchtperspectief= Hoog standpunt, de dingen lijken kleiner, de horizon ligt hoog in de tekening

Standpunten

kikvorsperspectief         standpunt          vogelvluchtperspectief

Vluchtpunt= De punt op de horizon waar twee lijnen, die in werkelijkheid evenwijdig en horizontaal zijn, bij elkaar (lijken te) komen.

vluchtpunt