Mindmap begrippen beeldaspect perspectief/ruimte

Maak van de begrippen hieronder een overzichtelijke mindmap in je dummy. Zet in het midden op tekenpapier: Beeldaspect perspectief/ruimte

Schrijf de begrippen met de klok mee over en plak of teken achter of onder elk begrip een plaatje of tekening. Zoek dus plaatjes die bij het begrip horen en sla de plaatjes op in een document. Kies ervoor om de plaatjes uit te printen en/of na te tekenen. Je kunt ook kijken in tijdschriften en plaatjes eruit knippen.

Probeer netjes te schrijven.

Beeldaspect perspectief/ruimte: 

Groot-Klein= De dingen op de voorgrond zijn groot, verder weg kleiner.

grootklein

Afsnijding= Het kader overlapt de vormen, de beschouwer maakt de vormen in gedachte af.

afsnijding

Kader= De begrenzing van een beeldvlak. (bijv. een rechthoek waarbinnen getekend is.

kader

Close-up= Een beeld waarbij het onderwerp van zeer dichtbij wordt getoond.

SONY DSC

Donker-licht= De voorgrond is donkerder, naar achter wordt het lichter.

lichtdonker

Lijnperspectief= Ruimte suggestie volgens een wiskundige methode.

lijnperspectief

Horizon= In werkelijkheid : de schijnbare grens tussen hemel en aarde (water), in een tekening : een horizontale lijn op ooghoogte.

horizon1

Standpunt (1) = Gezichtspunt: de plaats vanwaar iets is bekeken en in beeld gebracht.

Kikvorsperspectief= Laag standpunt, de dingen lijken erg groot, de horizon ligt laag in de tekening.

Vogelvluchtperspectief= Hoog standpunt, de dingen lijken kleiner, de horizon ligt hoog in de tekening

Standpunten

kikvorsperspectief         standpunt          vogelvluchtperspectief

Vluchtpunt= De punt op de horizon waar twee lijnen, die in werkelijkheid evenwijdig en horizontaal zijn, bij elkaar (lijken te) komen.

vluchtpunt

overlapping (plans): achter elkaar: manier van ruimtesuggestie

  • stapeling: De dingen worden los van elkaar en boven elkaar geplaatst, manier van ruimtesuggestie.
  • gedetailleerd- vaag: vooraan zijn de dingen met detail getekend, verder weg zijn ze steeds vager van vorm.

Beeldaspect ruimte 3- dimensionaal: 3-D= lengte en breedte en hoogte, ruimtelijk

  • vrijstaand: 3D beeld dat los in de ruimte staat, men kan er overal omheen lopen.
  • doordringend in de ruimte: een 3D vorm die de omringende ruimte in steekt.
  • reliëf: 3D beeld waarbij de voorstelling slechts weinig uit de achterkant steekt
  • laag- reliëf: de voorstelling steekt nauwelijks of zeer weinig uit de achtergrond
  • hoog- reliëf: de voorstelling is voor meer dan de helft vrijstaand
  • constructie: losse onderdelen samenvoegend tot een stevig geheel, onderdelen blijven zichtbaar.
  • formeren: voorwerpen rangschikken die verplaatsbaar zijn zonder verbindingen te gebruiken, de onderdelen samen vormen een nieuw geheel.
  • environnement: kunstwerk dat een hele ruimte beslaat: gebruikmaking van allerlei materialen ontstaat een nieuwe omgeving, waarvan de sfeer zeer uiteenlopend kan zijn.