Begrippen beeldaspect licht en klas 2

Je maakt per blok van 6 a 8 weken een opdracht met een ander beeldaspect.

 

DE EERSTE OPDRACHT:

Maak van de begrippen hieronder een overzichtelijke mindmap. Zet in het midden op een a3 tekenpapier: Beeldaspect licht klas 2

20170829_124049

1.Schrijf de begrippen letterlijk over en laat achter of onder elk begrip ruimte over voor een plaatje of tekening.

2. Zoek wanneer je alles overgeschreven hebt een plaatje bij alle begrippen, dat mag uit een tijdschrift zijn, uit je foto galerij, van internet of maak een tekeningetje. Wanneer je ervoor kiest om plaatjes erbij te plakken dan print je deze thuis uit of na de les op school uit!

SCHRIJF ONDERSTAANDE BEGRIPPEN OVER OP JE MINDMAP:

Beeldaspect licht: 14 begrippen

 

1. Licht en schaduwwerking= Schaduw ontstaat als het licht van een lichtbron helemaal of voor de helft wordt tegengehouden door een voorwerp. Je hebt veel verschillende soorten licht en schaduw. Een paar voorbeelden hiervan zijn; meelicht, tegenlicht, strijklicht, eigenschaduw en slagschaduw.

2. Eigen schaduw= De schaduw op het voorwerp zelf; gedeelte dat niet rechtstreeks belicht wordt.

3. Slagschaduw= De schaduw van een voorwerp op de grond of op een ander voorwerp.

eigen schaduw

4. Meelicht= Als je van meelicht spreekt, schijnt het licht als het ware met je mee. De slagschaduw valt achter het voorwerp en de eigenschaduw is meestal niet zichtbaar.

meelicht

5. Tegenlicht= Als je van tegenlicht spreekt, schijnt het licht als het ware in je ogen,
de bron bevind zich tegenover je. Hierdoor zie je alleen een donkere
omtrek van het voorwerp.

tegenlicht

6. Silhouet= Schaduw die ontstaat bij tegenlicht, een silhouet is altijd een donkere, egaal gekleurde vorm.

3-katten

7. Zijlicht= Als je van zijlicht spreekt, komt het licht van opzij, de schaduw van het voorwerp bevind zich dus aan de zijkant van het voorwerp.

zijlicht

8. Strijklicht= Als je van strijklicht spreekt, is de bron waaruit
het licht komt op dezelfde hoogte als het voorwerp.
Hierdoor zijn de schaduwen heel lang.

9. Lichtval= Licht kan op verschillende manieren ergens op schijnen, dit noemen we lichtval.

10. Clair-obscur= Clair-obscur betekend eigenlijk gewoon licht-donker.
Het is een techniek die o.a. bij de fotografie wordt gebruikt.
Bij deze techniek worden licht-donkercontrasten vaak sterker
uitgebeeld dan dat ze in het echt zijn.

11. Lichtbron= Licht wordt veroorzaakt door lichtbronnen.
Er bestaan verschillende soorten lichtbronnen
zoals de zon en verschillende soorten lampen.

12. Schaduw= Een schaduw ontstaat als het licht van een lichtbron geheel of gedeeltelijk wordt tegengehouden door een voorwerp.

13. Plasticiteit= Plasticiteit betekend eigenlijk ruimtelijkheid, ruimtelijkheid kun je creëren door bijvoorbeeld schaduwen in een tekening te tekenen. Zo creëer je diepte.

14. Glimlicht, hooglicht= Glimlicht is een glanzende lichte vlek. Deze lichte vlek ontstaat als er veel licht wordt teruggekaatst. In striptekeningen wordt het glimlicht als een witte vlek getekend.

Tek_lichtdonker

GA NU NAAR DE OPDRACHT: MONSTERS IN DE STAD