Materialen en technieken

Materiaal

Onder materiaal verstaan we alle stoffen die door een kunstenaar kunnen worden bewerkt of verwerkt. Elk materiaal kan maar op een paar manieren worden verwerkt. Met steen kun je bijvoorbeeld wel bouwen en je kunt het uithakken, maar je kunt er niet mee boetseren. Vanwege de eigenschappen en de structuur van het materiaal zijn ontwerpen dus niet in alle materialen te realiseren. Je moet het juiste materiaal bij een bepaald ontwerp zoeken.  De keuze van het materiaal bepaalt voor een groot deel de uiterlijke verschijningsvorm van een kunstwerk en kan zo ook invloed op de betekenis hebben. Als je bijvoorbeeld agressie in een kunstwerk wil laten zien kun je beter geen zachte materialen, zoals textiel, gebruiken.  Hieronder worden (de eigenschappen van) een aantal materialen benoemd.

Acrylverf

Dit is verf op basis van acrylhars (een soort kunststof) waardoor de verf snel droogt. Je kunt daardoor snel verschillende lagen over elkaar schilderen. De verf geeft een heldere, vaste kleur als je dekkend schildert. Als je de verf verdunt met water krijg je een transparant (doorzichtig) effect.

Aquarelverf

Dit is waterverf die transparant blijft. Door het water is de verf dun en vloeibaar, daarom schilder je op dik papier. Dit neemt het water snel op, waardoor de verf snel droogt en waardoor je dus redelijk snel moet schilderen. Als een laag droog is kun je er weer overheen schilderen; dan blijf je de onderste laag zien. Delen van het papier die wit moeten blijven beschilder je niet. Je begint met de lichtste kleuren en schildert de donkerste kleuren als laatste. Als je het papier eerst vochtig maakt, of in nog natte verf schildert, lopen de kleuren in elkaar over.

Aquarelverf

Brons

Brons is een metaallegering (mix) van koper (90%) met tin en zink. Van oudsher wordt brons in de beeldende kunst gebruikt voor het gieten van beelden. De huid van brons kan op verschillende manieren afgewerkt worden: glad of ruw en glimmend opgepoetst of donker.

Brons

Computer

De computer wordt tegenwoordig vaak gebruikt om kunstwerken te ontwerpen en te maken. Maar de computer zelf kan ook onderdeel zijn van een kunstwerk of een medium zijn om een kunstwerk te tonen.

Geluid

Geluid lijkt misschien een raar “materiaal” voor een kunstwerk. Maar met de nieuwe media die in de kunst gebruikt worden is geluid steeds meer een vanzelfsprekend onderdeel, zoals in videokunst. Dat kan bijvoorbeeld muziek zijn, gesproken tekst of omgevingsgeluiden tijdens het filmen. Ook in kinetische kunst, waarin onderdelen van het kunstwerk bewegen, speelt geluid een rol. Namelijk het geluid dat de machines en materialen maken.

Houtskool

Houtskool is tekenmateriaal van verkoold hout. Het is in verschillende diktes te gebruiken. Een houtskoollijn is pikzwart. Maar de lijnen zijn gemakkelijk uit te vegen zodat een wollig grijs effect ontstaat. Daarom kun je er heel expressief mee werken. Om een houtskooltekening goed te bewaren moet je hem fixeren; dat kan bijvoorbeeld met haarlak.

Houtskool

Krijt

Krijt is tekenmateriaal. Er zijn verschillende soorten. Vetkrijt (of wasco) bestaat uit pigment dat gebonden is met olie of was. Afhankelijk van hoe hard je drukt kun je er harde felle kleuren mee maken. In pastelkrijt is maar weinig bindmiddel gebruikt. Je kunt er zachte kleuren mee maken, die gemakkelijk uit te vegen zijn.

Vetkrijt
Pastelkrijt

Kunststof (plastisch / niet-plastisch)

Tegenwoordig worden vooral gebruiksvoorwerpen van kunststof gemaakt, maar ook kunstenaars gebruiken dit materiaal wel in hun werk. Kunststof is een verzamelnaam voor niet-natuurlijke, synthetisch gemaakte grondstoffen. Afhankelijk van de toepassing zijn er allerlei soorten kunststoffen ontwikkeld: zachte, weke, buigzame en vervormbare kunststoffen (deze zijn allemaal plastisch) en harde kunststoffen (deze zijn niet-plastisch). Een kunstenaar kan voor kunststoffen kiezen in verschillende grondvormen, zoals vloeistoffen, plaatmateriaal en vezels. Afhankelijk van de soort worden kunststoffen op verschillende manieren verwerkt, zoals (spuit)gieten, vacuümvormen of persen. Voor de productie van de meeste kunststofproducten is een mal nodig waarin het product zijn vorm krijgt.

Licht

Licht misschien een vreemd “materiaal” om in een kunstwerk te gebruiken. Maar er wordt vaak mee gewerkt. Een kunstwerk zelf kan helemaal van licht of lampen gemaakt zijn; het geeft licht. Maar ook de weerspiegeling of projectie van licht kan onderdeel van een kunstwerk zijn.

Marmer

Marmer is een tamelijk zachte natuursteensoort, die daardoor zeer geschikt is om beeldhouwwerken van te maken. Dit wordt dan ook al gedaan sinds vóór de Klassieke Oudheid. Ook Griekse tempels werden van marmer gebouwd en gedecoreerd met beeldhouwwerken en reliëfs in marmer. Marmer bestaat in allerlei kleuren, zoals zacht roze en groen. Maar vooral het spierwitte marmer is een geliefd materiaal omdat het er zo puur uitziet, en daardoor de vorm mooi tot zijn recht komt. Het is bij uitstek geschikt om de zachte vormen van het menselijk lichaam te beeldhouwen.

Marmer

Olieverf

Een verfsoort waarin de kleurpigmenten gebonden worden met olie. De olie droogt langzaam waardoor je goed nat-in-nat kan werken: hierdoor kun je de kleuren op het doek mengen. Om een olieverfschilderij in afzonderlijke dunne lagen op te bouwen, moet je de lagen steeds laten drogen. Dat duurt vrij lang, dus een kunstenaar kan maanden met een olieverfschilderij bezig zijn. Olieverf kan ook heel dik (pasteus) aangebracht worden, bijvoorbeeld met een paletmes.

Olieverf
Olieverf

Papier

Papier is natuurlijk het materiaal waarop een kunstenaar tekeningen maakt. Maar tegenwoordig wordt papier ook steeds vaker gebruikt om ruimtelijk werk te maken. Met papier zijn verrassend gedetailleerde vormen te construeren. Er worden sculpturen mee gemaakt, maar ook meubels en zelfs mode.

Papier
Papier
Papier

Textiel

Verzamelnaam voor geweven stof, en ook voor de dingen die van stof gemaakt zijn. Bij kunst die van textiel is gemaakt denk je al gauw aan een wandtapijt. Maar er worden ook ruimtelijke sculpturen en installaties mee gemaakt. En natuurlijk mode.

Textiel

Vezels

Vezels zijn lange dunne draden of haren waar bijvoorbeeld stoffen van gemaakt worden. Vezels kunnen natuurlijk zijn (van planten of dieren), maar ook synthetisch.

Vezels

Vilt

Vilt is een textielsoort gemaakt van wol of andere dierlijke haren. Om vilt te maken wordt de wol niet geweven, maar samengeperst, waardoor een sterke dikke vormvaste stof ontstaat. Die stof kun je vlak gebruiken, of om een mal vervormen. Je kunt ook de viltvezels gebruiken.

Vilt
Vilt

 Was

Een natuurlijk materiaal, gemaakt van bijenwas met terpentijn, dat makkelijk in vorm te maken is door te kneden en boetseren of door te smelten en te gieten (in een mal). Ook wel boetseerwas genoemd.

Was

Andere materialen waarvan verwacht mag worden dat je ze kent:

Beton, garens, gips, hout (massief / plaat), inkt, karton, klei, leer, metaal (draad / plaat), potlood, software, steen, stof / doek, touw, verf, video en film.

Technieken

Techniek is de manier waarop materialen, gereedschappen en machines gebruikt worden. Technieken zijn afhankelijk van de mogelijkheden van het materiaal. Voor iedere techniek zijn er bepaalde speciale gereedschappen of machines. Veel kunstenaars specialiseren zich in bepaalde technieken.  Hieronder worden een aantal technieken benoemd.

Arceren

Een herhaling van lijntjes en streepjes om een vlak te vullen. Het vlak wordt donkerder of lichter naarmate de lijntjes dichter bij elkaar of verder van elkaar af staan. Door lijntjes te laten kruisen wordt de tekening ook donkerder.

Arcering

Assembleren

Techniek waarbij losse materialen en elementen (vaak afval en gevonden voorwerpen) worden samengevoegd en verwerkt tot een kunstwerk. Een assemblage is een ruimtelijke collage.

Assemblage

(Be)drukken

Een grafische afdruk maken, zoals een zeefdruk, een ets, een gravure, een stempel of een poster. Ook wel grafische techniek genoemd.

Beeldhouwen

“Houwen” betekent letterlijk hakken. Beeldhouwen betekent dus het maken van een ruimtelijk beeld van steen of hout door materiaal uit te hakken, of op een andere manier weg te nemen (gutsen, raspen, schuren enz.).

Boetseren

Met zacht materiaal een vorm in model brengen, door toe te voegen of weg te halen (b.v. met klei of was). Ook modelleren genoemd.

Collagetechniek

Het maken van een tweedimensionale compositie door verschillende materialen zoals papier, karton, textiel, drukwerk of touw op te plakken.

Collage

Construeren

Bouwen; losse onderdelen in elkaar zetten. Het resultaat heet een constructie.

Constructie

Digitaliseren

Een beeld van analoog naar digitaal omzetten, zodat het in de computer bewerkt kan worden.

Draaien

Hout, metaal of kunststof bewerken door het in een draaibank snel rond te draaien en er een bijtel of guts tegenaan te houden. Met draaien kunnen alleen ronde vormen gemaakt worden, zoals stoelpoten of een kandelaar, of holle vormen, zoals een schaal of een beker.

Ensceneren

In scène zetten. Alles precies zo neerzetten zoals je het op een foto of film wil hebben staan. Of zoals je het wil natekenen of -schilderen.

Gieten

Techniek waarbij vloeibaar materiaal (zoals gips, gietklei, was of metaal) in een mal gegoten wordt. De mal is het negatief van de gewenste vorm. Als het materiaal hard geworden is (door stollen of drogen) wordt de mal verwijderd en blijft de positieve vorm over. De vorm moet nog wel afgewerkt worden.

Gutsen

Werken met een snijbeitel die een lang, gebogen blad heeft. Deze techniek wordt gebruikt voor houtsnijden, bijvoorbeeld om hout uit te hollen of voor het maken van gaten, gleuven of groeven.

Hakken

Werken met beitels in hout of steen om materiaal weg te halen.

Modelleren

Zie ‘boetseren’.

Plooien

Stof of ander materiaal zo draperen dat er plooien ontstaan. Dit maakt een vlak stuk materiaal ruimtelijk en geeft het schaduw. Dit wordt natuurlijk veel in de mode gebruikt, maar ook wel in textielsculpturen.

Plooien

Pointilleren

Een schildertechniek waarbij de verf in stippen van verschillende kleuren naast elkaar op het doek wordt gebracht, zodat zij, op een afstand gezien, voor het oog in elkaar overvloeien.

Pointilleren
Pointilleren

Sjabloneren

Een uitgesneden vorm leg je op een te bewerken ondergrond. Als je eroverheen schildert komt alleen de gewenste vorm op de ondergrond terecht.

Sjabloneren

Smeden

Het in vorm brengen van metaal door het te verhitten en dan te hameren, zoals een hoefijzer.

Textiele technieken

Technieken die je gebruikt om met stof te werken, zoals breien en haken, naaien, stikken, plooien, vilten, punniken, appliqueren, quilten enz..

Gebreid
Geappliqueerd

Zeefdrukken

Op een raamwerk met gaas wordt een sjabloon gelegd. Vervolgens wordt inkt door het raamwerk geperst. De inkt komt op papier of stof terecht die onder het raamwerk ligt, behalve op de plaats die is afgedekt door het sjabloon. Per kleur gebruik je steeds een nieuw sjabloon.

Andere technieken waarvan verwacht mag worden dat je ze kent:

Bouwen, buigen, digitaal, presenteren, filmen, fotograferen, lassen, monteren, schetsen, schilderen, tekenen en verbindingen maken.

Hanteringswijze

De manier waarop een materiaal of gereedschap kan worden gebruikt, wordt een hanteringswijze genoemd. Op materialen en gereedschappen zijn altijd meerdere hanteringswijzen toe te passen. Zo kun je een krijtje bijvoorbeeld haaks op het papier zetten, schuin houden, of helemaal plat tegen het papier aandrukken. Op papier kun je schilderen, maar je kunt het ook in stukken scheuren en gebruiken in een collage. En schilderij kun je maken door een met een verfkwast dikke toetsen op te zetten, of je kunt net zo lang met een fijn penseel schilderen, totdat de streken niet meer zichtbaar zijn.

De hanteringswijze is daardoor belangrijk voor het eindresultaat. En als je de stijl van een kunstenaar wil leren (her)kennen, dan is het erg zinvol om te bestuderen welke materialen, gereedschappen én hanteringswijzen de kunstenaar heeft gebruikt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.