CPE veel voorkomende begrippen

CSE: Begrippen die in de vragen veel voorkomen

In de vragen van het Centraal Schriftelijk Examen worden regelmatig woorden en begrippen gebruikt die wat lastig zijn. Als je niet weet wat er bedoeld wordt is het ook lastig om de vragen goed te beantwoorden. Hieronder worden daarom een aantal van die woorden en begrippen uitgelegd.

Beeldaspecten

De beeldaspecten zijn de middelen waarmee een kunstwerk gemaakt wordt. Je kunt ze vergelijken met de woorden en grammatica van een taal die samen, in een bepaalde combinatie, een verhaal vertellen.

Een kunstenaar wil met zijn werk ook een verhaal vertellen. Hij gebruikt daarvoor beeldaspecten zoals vorm, kleur, compositie, ruimte en lichtval. Maar ook het materiaal en de manier waarop een kunstenaar het materiaal verwerkt zijn belangrijk. De combinatie van deze beeldaspecten geeft het kunstwerk betekenis. Door goed te kijken naar (de combinatie van) deze beeldaspecten kun je het verhaal van het kunstwerk “lezen”.

Hoe een kunstenaar de beeldaspecten gebruikt om zijn/haar werk te maken heet vormgeving.

Over de vormgeving van kunstwerken worden in de schriftelijke toetsen en in het CSE (Centraal Schriftelijk Examen) veel vragen gesteld. Daarom moet je het effect van de beeldaspecten goed leren begrijpen. Bijvoorbeeld:

Hoe zijn de materialen verwerkt? Welke vormen en kleuren zijn gebruikt en op welke manier? Wat heeft de kunstenaar gedaan met de compositie? Heeft het kunstwerk textuur, ruimtewerking of lichtwerking?

Ieder jaar publiceert het ministerie de syllabus (klik!): een lijst met begrippen die je zou moeten begrijpen voor het examen. Hierop staan ook de beeldaspecten vermeld. Je krijgt deze lijst ook in een boekje die je van de school mag lenen.

Vormgeving
Dat gaat over hoe het kunstwerk is gemaakt. Bijvoorbeeld: Hoe zijn de materialen verwerkt? Welke vormen en kleuren zijn gebruikt en op welke manier? Wat heeft de kunstenaar gedaan met de compositie? Heeft het kunstwerk textuur, ruimtewerking of lichtwerking?


Over de vormgeving van het beeld hieronder (‘Vogel in de ruimte‘ van Constantin Brancusi) kun je het volgende zeggen:

Het beeld is abstract gemaakt, er zitten haast geen details van een vogel
meer aan. Je kunt alleen nog de puntige snavel en de knik bij de staart herkennen, en natuurlijk het gestroomlijnde lijf van een vogel. Dit lijf is helemaal glad gepolijst waardoor een snelle vorm is ontstaan, zo snel als een vogel vliegt. De kleur is goud, van het opgepoetste bronzen materiaal.
Het weerkaatst licht, alsof de zon erop schijnt. Het beeld staat verticaal rechtop, alsof de vogel als een raket de ruimte in zal schieten.

Aspecten
Lees “dingen”, bijvoorbeeld: “Noem twee aspecten van de vormgeving van ‘Impressie – zonsopgang’ van Claude Monet (lees: twee dingen die met de vormgeving te maken hebben) waaraan je kunt zien dat het schilderij een indruk van de werkelijkheid is.”)

Antwoord:

  1. Het schilderij is in snelle, ruwe kwaststreken geschilderd, waardoor de afbeelding wat vervaagd is.
  2. Er zijn geen omtreklijnen van de vormen geschilderd.

Kenmerken
De eigenschappen van iets; aan de eigenschappen kun je iets herkennen, bijvoorbeeld: “Noem twee kenmerken van een Franse baroktuin.”


Antwoord:

  1. Een symmetrieas verdeelt de tuin precies (spiegelend) in tweeën.
  2. De natuur wordt geordend in geometrische vormen.

Redenen
Het “waarom” van iets, bijvoorbeeld: “Noem twee redenen waarom Claes Oldenburg deze ‘Bowling Pins‘ zo groot heeft gemaakt.”


Antwoord:

  1. Inhoudelijke reden: de kunstenaar wil je verrassen. Het grote formaat versterkt het vreemde effect van een bowlingspel langs de weg.
  2. Functionele reden: door het grote formaat kun je op het kunstwerk klimmen (deze kunstenaar vindt dat dat mag).

Effect
Het “gevolg” van iets, bijvoorbeeld: “Noem een effect van de gaten in de ‘Sun Tunnels’ van Nancy Holt”


Antwoord:
-Het licht dat door de gaten schijnt vormt sterrenstelsels van lichtstippen op de binnenwanden van de tunnels.

Voorbeelden
Om iets extra of beter uit te leggen, om iets duidelijk te maken, bijvoorbeeld: “Noem een aantal voorbeelden van bouwelementen waaruit een Griekse tempel bestaat.”


Antwoord:

  1. Tympaan (driehoekvorm in het dak – nr. 3)
  2. Fries (versierde daklijst – nr. 5)
  3. Architraaf (dwarsbalk die het dak draagt – nr. 6)
  4. Kapiteel (versierde bovenstuk van een zuil – nr. 8)
  5. Zuil (nr. 10)
  6. Cannelures (de verticale groeven in een zuil – nr. 11)

Manieren
Lees “hoe”, bijvoorbeeld: “Op welke manier toont Jeroen Bosch in ‘De tuin der lusten’ 4 verschillende momenten in één kunstwerk?”


Antwoord:
– Hij heeft een drieluik gemaakt, met 4 verschillende voorstellingen: 1 aan de buitenkant(als het is dichtgeklapt) en 3 aan de binnenkant (als het is opengeklapt).

Tuin der Lusten dichtgeklapt
buitenkant
binnenkant

Stelling
Een bewering van iemand, bijvoorbeeld: “De installatie ‘Helena – The Goldfish Blender‘, van de kunstenaar Marco Evaristii, zet aan tot dierenleed.”. Meestal moet je dan bedenken of je het hier
mee eens bent of niet. Er zijn vaak meerdere antwoorden mogelijk; je moet jouw antwoord dan goed “beargumenteren” (zie het volgende stukje).

Argument

De reden waarom je een stelling waar of niet waar vind, bijvoorbeeld: “Lees nog eens de stelling over de goudvissen in de blender onder het vorige kopje. Ben je het wel of niet eens met deze stelling? Beargumenteer je antwoord.”


Antwoord:
– Mee eens, want de installatie nodigt de kijker uit om de blender aan te zetten. Sterker nog, dat is al een aantal keren gebeurd: vis gepureerd. Dat is dierenleed. Of:
– Niet mee eens, want de installatie laat je juist nadenken over hoe mensen met dieren omgaan, namelijk heel hypocriet. Waarom mag je wel een vis aan een haak vangen en opeten en niet in een blender stoppen voor een kunstwerk?


Overeenkomst
Dingen die hetzelfde zijn, bijvoorbeeld: “Noem een overeenkomst tussen bijvoorbeeld de achtergrond van het schilderij links en het schilderij rechts.”


Antwoord:
– In beide kunstwerken is ……….te zien.

 
Tegenstelling
Twee dingen die van elkaar verschillen, die soms zelfs precies tegenover elkaar staan, bijvoorbeeld: “Noem een tegenstelling tussen de achtergrond van afbeelding twee en de achtergrond van afbeelding drie

Antwoord:
– Op de achtergrond van afbeelding twee zie je ……..

– Op de achtergrond van afbeelding drie zie je ……….

Noem altijd beide kanten van de tegenstelling!


Functie
Het doel van iets, bijvoorbeeld:
– Inhoudelijke functie: Religieuze schilderijen uit de middeleeuwen en de renaissance waren o.a. bedoeld voor mensen die niet konden lezen, zodat zij toch de verhalen uit de Bijbel konden zien.
– De signaalfunctie van de kleur rood is: waarschuwing. Waarom zijn bijvoorbeeld de etiketten van de flesjes rood?
– De gebruiksfunctie van een stoel is: zitten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.