Beeldaspect lijn/structuur en textuur

Maak eerst bij deze opdracht de mindmap beeldaspect lijn/structuur/textuur. http://www.rijnkunst.nl/?p=1977

DEEL 1

Lijn:

Eén van de meest persoonlijke beeldaspecten is het gebruik van lijn, ook wel het handschrift van de kunstenaar. Je hebt heel veel verschillende manieren om lijnen te gebruiken. Wat is het effect?

Lijnsoorten:

  • Rechte lijn
  • Gebroken lijn
  • Gebogen lijn
  • Gegolfde lijn
  • Doorgetrokken lijn
  • Onderbroken lijn
  • Dunne lijn
  • Dikke lijn

Lijnfunctie:

Contour: buitengrens van een voorwerp of vorm. Je hebt twee verschillende soorten contouren;

  • Buitencontour (De buitenste lijn van een voorwerp of vorm)
  • Binnencontour (De lijnen van de vormen binnen de buitencontour)


Hulplijn: Een hulplijn is een lijn die je tekent om een vorm of andere lijn te helpen tekenen. Je tekent of schetst de opbouw van een vorm.

Symmetrie-as: soort hulplijn die ervoor zorgt dat links en rechts van de lijn dezelfde vorm in spiegelbeeld wordt getekend.

Arcering:

Als je een (opper)vlak vult met veel dicht op elkaar getekende lijnen heet dat arcering. Je kunt om verschillende redenen arcering toepassen.

  • Om een vlak een toon te geven
  • Een vlak een textuur te geven
  • In een vorm plasticiteit te bereiken


Je hebt drie soorten arceringen:

  • Parallelarcering: Evenwijdige strepen die horizontaal, verticaal of diagonaal kunnen lopen
  • Kruisarcering: Kruislings gebruik maken van parallelarcering
  • Vrije arcering: Geen beperkingen

Lijnvoering:

De wijze waarom de lijn getekend is b.v. krachtig, gevoelig, nerveus, enz.

Karakter van lijn:

Wat is het karakter van de gebruikte lijnvoering b.v. sierlijk, expressief, strak, enz.

Studie in lijn:

Lijnen in een kunstwerk kunnen verschillende karakters hebben. Door een bepaalde lijnsoort toe te passen krijgt het kunstwerk een specifieke uitstraling. In deze opdracht ga je een ontwerp maken voor een kunstwerk in de openbare ruimte waarin lijn het belangrijkste beeldaspect is.

De opdracht:

Maak vijf ruimtelijke studies voor een kunstwerk voor in de openbare ruimte. Je beste studie ga je in een foto tekenen.

Wat ga je doen?

1. Vooronderzoek
Maak minimaal vijf foto’s van plekken in de stad/ het dorp of in de school waar jouw ontwerp goed zou passen.

2. Schetsen
Maak minimaal vijf ruimtelijke schetsen.

3. Eindopdracht
Teken je ontwerp op je foto

4. Reflecteren
Maak een verslag volgens de richtlijnen.

WAT MOET JE INLEVEREN?

  • Vijf ruimtelijke schetsen
  • Vijf foto’s
  • Een verslag
  • Een foto met jouw sculptuur erop getekend

WAAR WORDT JE OP BEOORDEELD?

  • De vijf schetsen zijn ruimtelijk.
  • De vijf ruimtelijke schetsen zijn divers.
  • de foto met tekening geeft een goed beeld van het sculptuur in het groot.

INSPIRATIE

Hier vind je heel veel ideeën voor lineaire sculpturen.

DEEL 2

STRUCTUUR

Materiaal is vaak opgebouwd uit verschillende onderdelen. Textiel is opgebouwd uit draden, een vacht uit haren. De samenstelling van een materiaal noem je structuur.

Bekijk eens deze pinterestborden: https://nl.pinterest.com/docentcvl/structuren-zentangle/

https://nl.pinterest.com/docentcvl/structuurtextuur/

Textuur:

WAT IS TEXTUUR?

Een textuur is de zichtbare en voelbare aard van een oppervlak. Voorbeelden van texturen zijn: harig, stekelig, glad, bobbelig enz.

STOFUITDRUKKING 

Als je een textuur nabootst in een ander materiaal bv. potlood, verf, klei of marmer, dan heet dat stofuitdrukking. Als een textuur heel realistisch is nagebootst, kun je zeggen dat de stofuitdrukking zeer goed is.

TEXTUURCONTRAST 

Als je twee oppervlakken met verschillende texturen naast elkaar zet, is er sprake van textuurcontrast. Hierdoor verlevendig je het werk. Bijv. door een heel gladde textuur naast een ruwe textuur toe te passen in klei of hout.

Verandering

Kunst is net als de wereld om ons heen door de eeuwen heen steeds veranderd. Die veranderingen worden in de kunst kunststromingen genoemd.
In een kunststroming is er eigenlijk één mening over wat kunst is en hoe het gemaakt moet worden. Een soort spelregels zeg maar, en die veranderen dus per stroming.
Nog steeds ontstaan er nieuwe stromingen of vertakkingen. En dus ook meerdere meningen over wat kunst is of kan zijn! Binnen alle kunststromingen is het belangrijkste onderscheid dat je kunt maken dat tussen figuratieve en abstracte kunst.

Bij figuratieve kunst kun je zien wat het voorstelt. De voorstelling lijkt op hoe de dingen er in het echt uit zien. Dit soort kunst wordt ook wel realistische kunst genoemd (van het woord realiteit)

b5691ed646f5a19f345de44d055cb035

Bij abstracte kunst kun je niet zien wat het voorstelt. Het gaat meer over wat de kunstenaar voelt of denkt. Geen herkenbare beelden zoals natuurlandschappen, dieren, stadsgezichten of portretten van mensen. En omdat er niets herkenbaars op staat zijn deze kunstwerken ook niet altijd meteen te begrijpen. Vaak is dat ook niet echt de bedoeling. Je kunt ze ook met je gevoel benaderen, en niet met je verstand.

266px-Theo_van_Doesburg_Composition_I

In deze opdracht ga je van beide kunststromingen iets gebruiken.

Je begint abstract en je tekening eindigt figuratief. Dat is een lastig proces, maar wel heel leuk!

Eigenlijk moet je met denken beginnen bij het eind. Wat wil je uiteindelijk figuratief tekenen. Als je dat weet, dan ga je dat beeld beetje bij beetje stileren, dat betekent dat je het beeld gaat vereenvoudigen tot een karakteristieke vorm.

Kijk eens naar hoe deze stier van vorm veranderd: 

Kunstenaars Elzendaalcollege Gennep: Van figuratief naar abstract

Om nog een voorbeeld te geven: dit is hoe verschillende kunststromingen een kus uitbeelden.

de-kus-figuratief
de-kus-klimt
de-kus-1
de-kus-abstract
de-kus-beeld

Zo zie je hoe je van een herkenbaar beeld een abstract beeld kan maken. Het begint heel herkenbaar en als laatst zie je eerst een rechthoekige steen, dan ga je er iets in zien.

Om te laten zien hoe dat er in jullie tekening uit gaat zien, zal ik een paar voorbeelden met jullie delen.

2012-06-13-10-01-21-1
2012-06-19-08-43-57-1
van-figuratief-naar-abstract

Stap 1:

Eerst ga je oefenen. Maak in je schetsboek van drie verschillende voorwerpen/figuren een abstracte vorm in 5 stappen. Dat is lastig, maar denk rustig na welke kleine aanpassingen er nodig zijn per stap om de vorm te stileren.

Stap 2:

Heb je de drie oefeningen klaar, dan ga je nadenken wat jij wilt tekenen. Wat wordt jouw eindvorm (figuratief) en met welke vorm (abstract) ga je beginnen. In je tekening verwerk je straks verschillende structuren en lijnen. Zoek een paar structuren en lijnen op die passen bij jouw thema. Schets dit in je schetsboek of plak een document op met verschillende afbeeldingen van structuren en lijnen.

Stap 3: Eindproduct

  • Begin op een a3 met een achtergrond, welke past bij jou onderwerp. De achtergrond verf je met ecoline gemengd met water of met waterverf en probeer verschillende technieken uit. Dit mag je ook eerst doen op een kladpapier die je in je schetsboek kunt plakken als materiaalproef.
  • Als de ondergrond droog is, ga je met dun potlood jouw tekening erin tekenen. Je begint onderaan. Je werkt de tekening in minimaal 5  stappen omhoog. Elke rij krijgt steeds meer vorm. Doe dit heel dun met je potlood, dan kun je het nog herstellen als je een foutje maakt.
  • Laat je opzet even aan de docent zien.
  • Als je tevreden bent met je tekening in potlood dan begin je daarna met zwarte inkt of een fineliner onderaan je tekening de rijen in te verven of te tekenen. De fijne lijntjes met een kroontjespen of met een fineliner! 
  • Je kunt er voor kiezen om het grootste figuur bovenaan in te schilderen met ecoline of in te kleuren met kleurpotloden. Dat geeft een mooi effect.
SAMSUNG
SAMSUNG
SAMSUNG

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.