Harmonicaboekje beeldaspecten klas 2

Beeldaspecten klas 2

Hieronder lees je de opdracht harmonica boekje beeldaspecten met uitleg erbij.

Je maakt per week een opdracht met een ander beeldaspect.

 

Harmonicaboekje:

Elke leerling kiest een silhouet voor hun “Beeldaspecten harmonicaboekje” en illustreert op elk paneel een voorbeeld van een beeldaspect.

Het is hoe jij elk element interpreteert.

Een van de onderdelen waaruit een beeldend kunstwerk is opgebouwd, noemt men een beeldaspect.

Een beeldaspect kan slechts in combinatie met andere beeldaspecten aangewend worden. Een beeldaspect is eigenlijk een “beeldende truc” die een kunstenaar toepast om in zijn opzet te slagen.

De belangrijkste beeldaspecten zijn:

lichtkleurruimtevormstructuur, textuur en compositie met hun afgeleiden.

Het hele jaar door maak je opdrachten waarbij één van de beeldaspecten centraal staat. We gaan dan dieper op de stof in.

Om te beginnen maken we kennis met alle beeldaspecten op één tekenblad. Je maakt 6 mini kunstwerkjes in een harmonicaboekje. Dat is een boekje wat je opvouwt als een harmonica. Zoals het voorbeeld laat zien. Ze noemen dit ook wel een: leporello.

 

 

Gebruik in de opdracht ook verschillende materialen, zoals:

  • kleurpotloden (aquarel potloden)
  • houtskool
  • stiften
  • plakkaatverf
  • ecoline
  • grijs potlood
  • krijt

 

De opdracht:

Deel samen met een leerling een a2 tekenpapier. Vouw het in de lengte doormidden en scheur of knip het blad in tweeën.

pak een a2 papier                                          vouw in lengte doormidden en deel in tweeën

meet de lengte op en deel in 7 gelijke delen   zet telkens een streepje

vouw als een harmonica boekje op de lijntjes

Korte uitleg over de beeldaspecten:

  1. Licht: Het licht is erg bepalend voor de sfeer van het beeld. Zo kan er een overheersende lichtbron zijn met veel schaduwen, of er is juist gebruik gemaakt van clair-obscure, waardoor er geen duidelijke lichtbron aangewezen kan worden.
  2. Kleur: Bepaalde kleurcombinaties hebben een effect op de sfeer van het beeld. Zo zijn er allerlei contrasten:
    – Warm- koud contrast met de kleuren blauw en rood.
    – Licht-donder contrast met lichte en donkere kleuren.
    – Complementair kleuren zijn de tertiaire kleuren die tegenover elkaar staan in de kleurencirkel. Bijvoorbeeld groen-rood. Deze twee kleuren versterken elkaar.
  3. Ruimte: In een beeld is vaak een ruimtesuggestie toegevoegd. Hierdoor zie je een ruimte i.p.v. een doek. Dit doe je door rekeningen te houden met oplapping, afsnijding en natuurlijk ook de horizon.
  4. Vorm: De vorm van een beeld kan er op een hele hoop verschillende manier uitzien. Zo kan er veel gebruik gemaakt zijn van geometrische vormen, of juist organische vormen. Ook kan een beeld symmetrisch of juist asymmetrisch opgesteld zijn. Ook kan beeld samengesteld of enkelvoudig en open of juist gesloten zijn. Als laatste kan de vorm van het beeld ook een herhaaldelijke vorm zijn, een patroon dus.
  5. Structuur/ lijn: De lijnen van een schilderij zorgen voor een extra bijdragen in emotie. De lijnen kunne strak zijn, sierlijk zijn maar ook heel erg expressief.
  1. Compositie: Met de compositie bedoelen we de indeling van het beeld. Bijvoorbeeld een symmetrische of juist asymmetrische compositie. Hierbij is alles ordelijk en juist niet ordelijk ingedeeld. Ook zijn er centraal composities waarbij juist heel duidelijk een object ‘centraal’ staat.
  2. Textuur: Een textuur is de zichtbare en voelbare aard van een oppervlak. Hiervoor moet het beeld dus tastbaar zijn. Bij een schilderij kan er bijvoorbeeld egaal gevergd zijn, of juist heel erg korrelig. Er kan ook iets opgeplakt zijn, bijvoorbeeld stukjes papier of stof.

Wil je een uitgebreide uitleg, tik op deze site in het menu, dan naar de zoekbalk, in beeldaspect (en dan welke je zoekt) dus bijvoorbeeld: beeldaspect kleur. Je ziet dan een begrippenlijst waarbij de begrippen duidelijk zullen worden. Daarna kijk je op het pinterestbord die bij het beeldaspect hoort. Bekijk de voorbeelden.

Kies een silhouet van een voorwerp, een mens of een dier. Laat de vorm bij elk element terugkomen. Bedenk bij elk element hoe jij de tekening gaat opbouwen. Twijfel je of weet je niet zo goed hoe je moet beginnen, overleg dit, vraag het aan je groep waarin je zit. Komen jullie er samen niet uit, kijk dan eerst nog eens op mijn Pinterest naar de verschillende beeldaspecten, daarna als je het nog niet zo goed snapt kom je uitleg vragen.

https://nl.pinterest.com/docentcvl/

Bij beeldaspect vorm geeft deze pagina duidelijk uitleg. Op die site kun je ook de andere beeldaspecten aanklikken voor meer uitleg.

De volgorde op je blad maakt niet uit. Voordat je definitief een ontwerp hebt, maak eerst wat schetsjes. Echter heb je per vlak maar een blokuur. Dat is best pittig doorwerken. Daarom is het verstandig thuis na te denken wat je de volgende keer wilt maken. Elke week gebruik je een andere materiaal soort. Per groepje werk je aan een andere beeldaspect tot dat iedereen alle beeldaspect rondes heeft gedaan.

Als groep zorgen jullie voor de juiste materialen die je kunt vinden in het lokaal en voor het opruimen. Zorg dat je elke week bent voorbereid, want jullie moeten tegelijkertijd naar de volgende ronde!

  

Maak er een mooi boekje van!

Aan het eind van de rondes, maak je een foto van jouw boekje. Zet de foto op het trello bord.  Als groep zijn jullie verantwoordelijk voor het trello bord hoe deze qua inhoud eruit ziet. Je krijgt een cijfer voor jouw boekje.

Beoordeling:

Heb jij netjes gewerkt?

Zie je duidelijk bij de kunstwerkjes  welk beeldaspect je hebt gebruikt?

Heb je de verschillende materialen goed toegepast?

Heb jij jou omtrek van een vorm/mens of dier goed kunnen uitbeelden bij de verschillende beeldaspecten?

Boekje en presentatie in trello: cijfer telt 2x

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *